10K+ estudiantes - 4.8/5

Aprende con un profesor Materiales de aprendizaje incluidos Practicar conversación

Schilderen (pintar) - Conjugación de verbos y ejercicios

Conjugación de schilderen (pintar) para todos los tiempos verbales con frases de ejemplo y ejercicios.

 Schilderen (pintar) - Conjugación de verbos y ejercicios

Materiales de aprendizaje que implementan este verbo:

Nivel: A1

Módulo 6: De stad en het dorp (La ciudad y el pueblo)

Lección 41: Hobby's beschrijven (Describir pasatiempos)

Infinitief Voltooid deelwoord
Schilderen (pintar) Geschilderd (Cargando traducción...)

Tiempos verbales

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Neerlandés Español
ik schilder yo pinto
jij schildert tú pintas
hij/zij/het schildert Él/ella/ello pinta
wij schilderen nosotros pintamos
jullie schilderen vosotros pintáis
zij schilderen ellos/ellas pintan

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Neerlandés Español
ik schilderde yo pinté
jij schilderde/schilderdet tú pintabas
hij/zij/het schilderde Él/ella/eso pintó
wij schilderden nosotros pintábamos
jullie schilderden vosotros pintabais
zij schilderden ellos pintaron

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Neerlandés Español
ik heb geschilderd yo he pintado
jij hebt/heb geschilderd tú has pintado
hij/zij/het heeft geschilderd Él/ella ha pintado
wij hebben geschilderd nosotros hemos pintado
jullie hebben geschilderd vosotros habéis pintado
zij hebben geschilderd Ellos/ellas han pintado

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Neerlandés Español
ik heb geschilderd yo he pintado
jij hebt/ heeft geschilderd tú has pintado
hij/zij/het heeft geschilderd Él/ella/ello ha pintado
wij hebben geschilderd nosotros hemos pintado
jullie hebben geschilderd vosotros habéis pintado
zij hebben geschilderd ellos han pintado

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Neerlandés Español
ik zal geschilderd hebben yo habré pintado
jij zult geschilderd hebben tú habrás pintado
hij/zij/het zal geschilderd hebben Él/ella/ello habrá pintado
wij zullen geschilderd hebben nosotros habremos pintado
jullie zullen geschilderd hebben vosotros habréis pintado
zij zullen geschilderd hebben ellos habrán pintado

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Neerlandés Español
ik zal geschilderd hebben yo habré pintado
jij zult/zal geschilderd hebben tú habrás pintado
hij/zij/het zal geschilderd hebben él/ella/ello habrá pintado
wij zullen geschilderd hebben nosotros habremos pintado
jullie zullen geschilderd hebben vosotros habréis pintado
zij zullen geschilderd hebben ellos/ellas habrán pintado
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Neerlandés Español
ik zou schilderen yo pintaría
jij zou schilderen tú pintarías
hij/zij/het zou schilderen Él/ella pintarían
wij zouden schilderen nosotros pintaríamos
jullie zouden schilderen vosotros pintaríais
zij zouden schilderen ellos/ellas pintarían

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Neerlandés Español
ik zou geschilderd hebben yo habría pintado
jij zou geschilderd hebben tú habrías pintado
hij/zij/het zou geschilderd hebben él/ella/ello habría pintado
wij zouden geschilderd hebben nosotros habríamos pintado
jullie zouden geschilderd hebben vosotros habríais pintado
zij zouden geschilderd hebben ellos pintarían
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Neerlandés Español
Schilder! ¡Pinta!